De voormalige rosmolen

Cees Smeulders schreef aan het begin van de 20e eeuw diverse artikelen over een aantal opvallende plekken in de stad en publiceerde hier over. Een van die artikelen gaat over de rosmolen aan het Rosmolenplein. Hierna volgt de volledige en letterlijke tekst zoals deze is gepubliceerd.

 

Aan de westzijde van het voormalige café ‘Het Molentje’ stond voorheen een zeer oud gebouw, met riet en stroo gedekt, welks uiterlijk deed denken aan eene gewone landbouwschuur, bekend onder de den naam van ‘de Rosmolen’.

Deszelfs inhoud bestond indertijd uit eene inrichting om koren te malen welke echter niet door wind, stroomend water, stoom of electriciteit, maar door paarden in beweging werd gebracht.

Onze middeneeuwsche voorouders kenden het paard alleen onder den naam van ‘ros’. Vandaar den naam van rosmolen. Nog heden worden te plattelande oliemolens, dorschmachines enz., door paardenkracht gedreven.

Schrijver dezes heeft het uitwendige van den rosmolen nog gekend, doch dezelve inwendig niet meer in werking gezien. ’t Was dan ook eene antikwiteit die vermoedelijk wel van voor duizend jaren kan hebben gedagtekent, zooals nog zal blijken.

Naar het schijnt kende men in overoude tijden geen andere beweegkracht als die van menschen en dieren. Alle andere beweegkrachten op het land aan gewend zijn van lateren tijd, ook het gebruik van watermolens, door middel van sterk stroomend water. Wel heeft men voor vaartuigen reeds vroeg van de kracht van den wind gebruik gemaakt, door middel van masten, ra’s en zeilen, doch onze windmolens, hoewel ook van een eerbiedwaardigen datum, zijn eerst in de middeneeuwen in Europa ingevoerd.

Zoolang er op de gansche wereld door en voor menschen en dieren brood is bereid en gebakken, is het daartoe noodige koren, door stampen, wrijven of malen fijn tot meel gemaakt moeten worden.

De H. Schrift spreekt dan ook reeds tijdens de slavernij en verdrukking der …. (?) in Egypte ‘van den zoon der weduwe die aan den molen werkte’. Dit diend hier zoo te worden verstaan dat deze man zelf, met nog eenige lotgenooten den molen in beweging moest brengen. Vergis ik mij niet, dan bracht hen sterken Samson alleen een geheelen korenmolen in beweging.

Zelfs nog in het begin der zestiger jaren der vorige eeuw, werd onze kermis jaarlijks bezocht door een mallemolen, die zoodanig was geconstrueerd dat dezelve door eenige kinderen in beweging werd gebracht. Tot loon voor dien dienst mochten dezelve dan beurtelings een rit mede doen. De eigenaar verschafte zich dus een goedkoope beweegkracht, doch de man dronk zooveel jenever, dat zijne inrichting spoedig tot het verledene behoorde.

Ook vermeld ons de H. Schrift dat eene zeker wel sterke vrouw, een vijand der Israelieten onder een molensteen verpletterde en ook in het Evangelie over de verergernis spreekt Onze Goddelijken Meester van een molensteen.

Op de plaats van den tegenwoordigen Veldhovensche Molen, stond voorheen een zoogenaamden standaardwindmolen. Deze was uitwendig van een geheel andere constructie en meerendeels van hout gebouwd. Ook den vroegeren Korvelsche molen aan de tegenwoordige capucijnenstraat was van hetzelfde type.

Naar het schijnt hebben beide genoemde windmolens eeuwen lang in het malen van koren voor menschen en dieren voor geheel Tilburg voorzien.

Het bouwen en gebruiken van windmolens dateerd hier te lande echter uit den tijd der kruisoorlogen 1096 – 1270.

Op hun vele en langdurige kruistochten door het verre oosten, naar het H. Land, hebben de kruisvaarders behalve de boekweit ook de windmoolens leren kennen en daarvan hier te lande met veel succes gebruik gemaakt.

Daar wind toch een kostelooze beweegkracht is, hebben de kruisoorlogen hoewel deze hun doel nooit hebben bereikt, doch aan milioenen menschen het leven hebben gekost benevens een groot gedeelte van den toenmaligen rijkdom van geheel Europa hebben verslonden, toch nog eenig nut gehad.

Daar wij dus met grond kunnen veronderstellen dat sedert de invoering der windmolen, geen rosmolens meer zijn gebouwd, omdat paarden veel aan onderhoud kosten, om welke oorzaak de rosmolens over het algemeen reeds sedert eeuwen verdwenen zijn, blijkt hieruit van welk een hooge oudheid den voorheen in wijdenkring bekenden Tilburgschen rosmolen geweest is.

Een ander bewijs van hoogen ouderdom dezer verdwenen antiquiteit is het volgende: Het nu afgeschafte recht op een tienden schoof koren te velde, de zoogenaamde korentiend, werd voorheen jaarlijks bij dezelfdre gedeelten der oppervlakte aan den meestbiedenden verpacht. Deze perceelen werde tiendklampen en in oude tijden ‘herdgangen’ genaamd. Genoemden rosmolen nu diende voortdurend aan niet minder dan drie tiendklampen tot grens of baken. Wiens klamp b.v. aan eene zijde door de rosmolen was begrens of afgebakend welke scheiding dan verder weer door enig ander baken werd aangegeven, had aan de andere zijde geen recht van tienden meer.

Op nagenoeg dezelfde wijze worden heden nabij het postkantoor, door de Willem-II- en Poststraat, drie parochies van elkaar gescheiden, namelijk den Heuvel, ’t Heike en den Noordhoek.

Ook het ontstaan van het tiendrecht gaat tot overoude tijden terug. Het Evangelie van den trotschen Farizeeër, die in den tempel zich zelve verheerlijkte maakt reeds melding van tienden, en volgens nu wijlen onzen Deken Smits gaven deze schijnheiligen zelfs ook nog tienden van hunnen tuinvruchten.

Ok vinden wij vermeld dat aan den H. Willibrordus die in de 7de en achtste eeuw leefde, door verschillende vorsten een deel hunner tiendrechten ten bate der door hem gestichtte Abdij van Echternach bij Luxemburg werden geschonken.

Oorspronkelijk schijnt de opbrengst der tienden over het algemeen ten bate der armen bestemd te zijn geweest doch door de tallooze omstandigheden van ’n zoo langdurig tijdverloop, hadden deze baten een andere bestemming gekregen.

Hier in Tilburg onderscheide men indertijd Dominiale en Novalia-tienden.

Dit beteekende dat niet alle, doch sommige tiendklampen in de jaren met een even jaarcijfer ten bate van den staat en in de oneven jaren voor rekening van particulier eigenaars werden verpacht.

Uit al het bovengenoemde kunnen wij dus met veel zekerheid afleiden, dat den door ons gememoreerden rosmolen van een zeldzaam hoogen ouderdom moet zijn geweest.

==========================================================================  

Bronvermelding:

De voormalige rosmolen - Cees Smeulders

 

TERUG

 

Contact

Tijdloos Tilburg

tee.joo@live.nl

Hoefstraat 292
Tilburg
5014 NS

+31.0135446462

Doorzoek de website

Novale Tienden

.

 In Tilburg is de Veldhovense rosmolen lange tijd het verzamelpunt geweest voor de Novale Tienden.   Een tiende was een vorm van kerkelijke belasting waarbij men een tiende deel van de opbrengst diende af te dragen. Deze inkomsten waren bedoeld om de pastoor en kerk te onderhouden en de...

© 2013 Alle rechten voorbehouden.

Maak een gratis websiteWebnode